Na een peiling in het voorjaar of er voldoende belangstelling was, (minimaal 6 fietsers) werd besloten om ook dit jaar weer een tweedaagse te organiseren. Voor een aantal deelnemers nadert de fietsvakantie naar Mallorca, dus was een tocht met wat klimmetjes erin zeer welkom en werd het Limburg.
Ans, vrouw van Huub, als onze trouwe boekingsexpert vond een mooi hotel in Valkenburg: Schaepkens van St. Fijt.
Vol spanning werd de laatste week voor vertrek naar de zaterdag toegeleefd. De weersvooruitzichten waren niet best. Kans op felle buien met onweer en veel wind. Gelukkig zag alles er gaandeweg wat milder uit en op zaterdagochtend leek het erop dat we het zelfs nog wel droog zouden kunnen houden.
Vol goede moed vertrokken Huub, Cees, Erik, Paul, Harold, Piet en ondergetekende om acht uur vanuit Geffen. Prima fietsweer, al hadden we wel een straffe wind recht op kop. Een ruime windkracht 4 uit het zuiden. Al snel werd besloten om kop over kop te gaan fietsen en dat maakte dat het goed te doen was. Een keer per 7 km een km kopwerk.
De rit vlotte goed tot aan Gerwen, waar Huub lek reed. Met onze specialist Pietje de bandenafnemer was de buitenband (alleen met zijn handen) er zo af en met een nieuwe binnenband er ook weer zo opgelegd.
Op naar Maarheeze, onze eerste pauzeplaats, waar Erik onderweg al steeds uitkeek naar zijn Brusselse wafel met aardbeien en slagroom. Dus bestelde hij bij zijn koffie een stuk warme appeltaart met slagroom. Dat begreep niemand. Na een kleine drie kwartier en een tweede kop koffie vertrokken we weer verder richting het zuiden. In de buurt van Stramproy gingen we de grens over naar België. Een mooi landschap, maar wat minder goede wegen en fietspaden.
Cees had al door laten schemeren dat zijn voorbereiding niet optimaal was geweest. Dat kwam tot uiting toen onze route wat vaker omhoog en omlaag liep. Tijd voor een goed gesprek. Allereerst het regenjack uit. Het regende helemaal niet en Cees kon zijn warmte niet kwijt. Dan blaas je jezelf op. Tweede aandachtspunt was het schakelsysteem. Zo’n mooie nieuwe fiets met elektronisch schakelen moet toch geen probleem opleveren bij een klimmetje. Dus wel. Maar wat bleek, het werkt niet als je het niet gebruikt. Op 1 verzet van start tot finish is geen goed idee. Cees had mijn aanbod om de overige 11 tandwielen voor een mooie prijs over te nemen, al afgeslagen.
Door deze twee tips lukte het Cees om ons, in een wat rustiger tempo, te volgen.
In Maasmechelen hadden we bij Brasserie de Witte buiten op het terras in de zon onze tweede pauze; een lunch, en een stevige. Aan pannenkoek, pan spek met eieren, ei sunnyside up of een croque-monsieur deed iedereen zich tegoed, zodat niemand op de laatste 38 km tot het eindpunt nog een hongerklop kreeg.
Na ruim 20 km kwamen we in Valkenburg aan om daar nog een rondje met wat klimmetjes te maken. Cees vond dat hij voor vandaag wel genoeg klimkilometers had gemaakt en ging rechtstreeks naar het hotel, waar hij liefdevol opgevangen werd door onze reisleidster Franca, vrouw van René.
De rest ging de Cauberg op. Na ruim 160 km en een te zwaar verzet viel dat niet mee. Huub kent het gebied op zijn duimpje en loodste ons naar het volgende obstakel: de Keutenberg. Daar had Piet niet op gerekend en besloot wijselijk om ook naar het hotel te gaan. Nog 5 fietsers over aan de voet, waar het inmiddels al begon te druppelen, langzaam overgaand in een stevige regenbui. Het lukte niet iedereen om deze bult van 22%, zonder een keer af te stappen, omhoog te komen. Alleen onze jonge honden Paul en Harold en de ouwe rot Huub bleven in het zadel.
Daarna daalden we af naar het hotel. Na zo’n 180 km was het wel mooi geweest, zou ik zeggen. Maar nee hoor. Paul en Harold vonden dat ze de 200 km nog vol moesten maken, dus nog even op en neer naar Klimmen. Nat, maar voldaan keerden ze terug, waar de anderen zich al te goed deed aan wat grote potten bier.
Onze reisleidster was druk met consumptiemunten bijhalen en ging naarstig op zoek naar een restaurant waar we met een gezelschap van 8 konden eten. Het werd uiteindelijk een Mexicaans buffet. Het smaakte ons zo goed dat bijna iedereen te veel at. Nog een afzakkertje in het hotel en toen naar bed.
Om 7.30 uur zat iedereen weer “fris” aan het ontbijt om een goede bodem te leggen voor de terugreis. Kamer opgeruimd, koffertjes in de auto, bandenspanning gecontroleerd en zo ging het gezelschap rond negen uur weer op pad. Na wat mooie klimmetjes waaronder de Fromberg en zo’n 500 hoogtemeters, kwamen we in mooi glooiend landschap. Maar niet nadat onze jonge honden nog even hebben mogen proeven aan een groot deel van de Eyserbosweg. Nu ze er toch waren wilden ze dat niet missen.
Met de wind schuin achter, een lekker zonnetje aan de hemel reden we een stuk door Duitsland, op weg naar onze eerste pauzeplaats (in de buurt van Montfort), maar die kwam er maar niet. Foutje in de route, toevoeging was niet opgenomen. Dan maar bij het eerstvolgende dorpje. Makkelijker gezegd dan gedaan, want er waren helemaal geen dorpjes in de omgeving. Uitgestrekte landerijen met hier en daar een boerderij. Uiteindelijk kwamen we na ruim100 km toevallig langs een boerderij met een restaurant. Dan maar de koffie en lunch in een.
Cees had de lessen van de vorige dag ter harte genomen. Niet te warm aangekleed en op zijn tijd schakelen bleek een openbaring voor hem. Hij draaide gewoon mee en moest soms afgeremd worden bij zijn kopwerkbeurten.
Er werd aardig doorgereden en voor we er erg in hadden, zaten we in Bakel bij Grotels Genieten aan de koffie met gebak, wat zich prima liet smaken.
Na nog 40 km door het Brabants landschap te hebben geslingerd, kwamen we na 165km moe maar voldaan in Geffen aan.
We kijken terug op twee mooie fietsdagen en een gezellig weekend met elkaar.
Harold heeft zich diezelfde dag alweer aangemeld voor volgend jaar, want die tweedaagse gaat er zeker weer komen.
René
